Terug..


MER-advies Tweede Ontsluitingsweg

De Commissie voor milieueffectrapportage heeft op 17 mei 2002 een advies uitgebracht over het milieueffectrapport Reconstructie/aanleg (verlengde) Veilingroute - knooppunt Westerlee en de Tweede ontsluitingsweg (Westland/Hoek van Holland).
De adviescommissie constateert dat dit MER-rapport voortborduurt op de oorspronkelijke probleemstelling van de drie projecten afzonderlijk. In het MER worden vervolgens een aantal oplossingen onderzocht, die geen van allen het geschetste probleem oplossen en daarmee de doelstelling halen. Voorbeelden hiervan zijn:

In dit licht bezien is de Commissie van mening dat de keuze voor nader beschouwde alternatieven niet goed is uitgewerkt. De Commissie is dan ook van mening dat bij de huidige probleem- en doelstellingen de uitgewerkte alternatieven onvoldoende tegemoet komen aan de doelstelling en dat deze dus weinig kosteneffectief zijn.
Vanuit het kostenperspectief zijn - niet beschouwde en op milieugebied gelijkwaardige - alternatieven mogelijk wel interessant. De Commissie denkt dat een zorgvuldige fasering van de realisatie en reconstructie van de wegenstructuur de mogelijkheid biedt om te bezien of de problematiek van de bereikbaarheid van het Westland niet in een veel breder kader moet worden opgelost, waarbij dus ook andere alternatieven op effect en haalbaarheid moeten worden onderzocht. Het uitvoeren van de vraagbeperkende en flankerende maatregelen, zoals beschreven in het MER, zou hier een onderdeel in dienen te zijn.
In het meest milieuvriendelijke alternatief (mma) wordt niet ingegaan op andere maatregelen dan infrastructurele: het richt zich enkel op uitvoeringsvormen. Naar de mening van de Commissie zou het logisch geweest zijn om de conclusies ten aanzien van de flankerende maatregelen te betrekken in het meest milieuvriendelijke alternatief. De conclusie dat flankerende maatregelen niet werken en dat alleen infrastructuur noodzakelijk is, is naar het oordeel van de Commissie niet terecht. Dergelijke maatregelen dienen minimaal deel uit te maken van het mma.
Daarnaast spreekt de Commissie zich ook nog uit over de geplande ecoviaducten in deeltraject 7b en 6b (Voorkeursalternatief). Deze hebben naar de mening van de Commissie geen zin wanneer deze deeltrajecten strak tegen het Oranjekanaal zijn gelegen. Het Oranjekanaal is voor de oost-west uitwisseling van bepaalde diersoorten binnen de EHS een belemmering. De veronderstelde mitigerende werking zal alleen optreden wanneer de deeltrajecten op enige afstand van het Oranjekanaal zijn gelegen. Resumerend adviseert de Commissie om: De Commissie hoopt met haar advies een constructieve bijdrage te leveren aan de besluitvorming. Zij wil graag vernemen hoe gebruik gemaakt wordt van de aanbevelingen. Niettemin is de Commissie van oordeel dat de essentiŽle informatie in het MER aanwezig is en dat er voldoende en bruikbare informatie beschikbaar is gekomen om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te kunnen geven.
Het woord is nu aan de politici om te bezien of zij met deze informatie en de adviezen op een respectvolle en waardige manier omgaan. De historie kent genoeg voorbeelden waarbij dit niet is gebeurd.


Terug..