Terug..


DE ECOLOGISCHE HOOFDSTRUCTUUR

Om verdere achteruitgang en versnippering van de natuur tegen te gaan hebben Rijk en de provincies een samenhangend netwerk ontworpen van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden. Er mogen overigens vraagtekens geplaatst worden in hoeverre de landbouw hiervoor verantwoordelijk is, terwijl men in de praktijk de rekening gepresenteerd krijgt. Dit hele netwerk noemt men de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
De ecologische hoofdstructuur bestaat uit grote aaneengesloten natuurgebieden van een hoge kwaliteit, de zogenaamde kerngebieden, die onderling verbonden worden door "verbindingszones". Langs deze verbindingszones kunnen planten en dieren andere leefgebieden bereiken.
Voor de Ecologische Hoofdstructuur wordt op tal van plaatsen nieuwe natuur gemaakt. Hiervoor wordt dan de oude natuur - in de vorm van dure landbouwgrond - opgeofferd. De aanleg is dan vrij kostbaar en ligt dan ook fors achter op schema. Men mag zich hierbij afvragen of het gewenste doel niet op een andere wijze bereikt kan worden. Voorts kunnen er vraagtekens geplaatst worden bij de politieke prioriteit die dit krijgt in de toekomst als er een afweging gemaakt moet worden tussen meer geld naar zorg en onderwijs of meer geld naar de natuur"bescherming"organisaties.

De waan van de dag of de luxe van het moment laat zien dat voor bijv. het project Oranjebuitenpolder de gemeenschap diep in de buidel dient te tasten voor aankoop, inrichting en beheer van dit gebied. De aankoop zal minstens fl. 100.000,- per hectare kosten, de inrichting kost voor de 324 hectare fl. 50.000.000,- (ongeveer fl. 155.000,-/hectare) en het beheer zal voor bijv. het Rotterdamse deel (82 hectare) een bedrag vergen van fl. 900.000,- per jaar volgens een berekening van Gemeentewerken Rotterdam. Dit betekent dat de jaarkosten bij een rentepercentage van 6% ongeveer fl. 26.300,- per hectare per jaar zal kosten (prijspeil 2001). De vergoeding die een boer krijgt voor natuur- en landschapsonderhoud steekt hier heel schril bij af. Als een boer het doet praat men over subsidie en als de overheid het doet vormt het een wezenlijk onderdeel van de begroting. Voor het knotten van een wilg krijgt een boer fl. 6,- per boom per jaar. Hij moet dan met een tweedehands tractor en een vrijwilliger aan het werk en zal dan nog geen reŽle arbeidsvergoeding behalen. Als een ambtenaar van gemeente, provincie of rijk dezelfde werkzaamheden verricht kost dit de overheid en daarmee de belastingbetaler een veelvoud per boom. De boer wordt weer behandeld als de lijfeigene uit de middeleeuwen. Nogmaals: de verhoudingen zijn zoek!

Op de kaart van de provincie Zuid-Holland (www.pzh.nl/onderwer/natmil/natuur/images/kaart68.gif) staat dankzij de lobby van deze organisaties "De Bonnen" warempel ook ingekleurd als natuurgebied.

Bij dit alles doet zich het merkwaardige fenomeen voor dat de verbinding met het Midden-Delfland gebied al is verbroken door de aanleg van het Transportcentrum Coldenhove en het glastuinbouwgebied Oudecampspolder. Daarnaast bestaan plannen om een toeristische trekpleister in de Oranjebuitenpolder te ontwikkelen en het gebied te doorsnijden met een autoweg als tweede ontsluitingsweg voor Hoek van Holland. De gehanteerde argumentatie is dan ook vrij zwak.


Terug..